Saint Amour 2016: fragment uit Portret van een onbekend meisje

En hier het fragment uit Portret van een onbekend meisje, dat ik tijdens Saint Amour 2016 heb voorgelezen. Hopelijk vonden jullie het leuk (ook het stukje dat ik in het Russisch las).

Haar blik veranderde – streng, met gefronste wenkbrauwen, droevig – toen ik de eerste knoop losmaakte, bij haar nek, en daarna de rest, en bij haar middel stopte. Ik ontblootte een voor een haar schouders, trok de mouwen van haar armen, deed het haakje van haar strakke beha los. Ze sloot haar ogen toen ik mijn vingers over het vochtige kuiltje tussen haar borsten liet gaan.
Ik deed haar handen weg, stokkend, nam de onstoffelijke, met mijn lippen bijna niet te voelen tepel.
‘Zo komen we nooit bij dat meer van jou,’ zei ze, terwijl ze over mijn haren streelde. ‘Hoor je me? Je ziet er zo grappig uit met die rugzak van jou…’
‘Ik doe hem af.’
Vastberaden schudde ze het hoofd van nee.
‘We moeten gaan. Mijn lieve ouders hebben me laten gaan om te vissen, en als brave dochter moet ik naar hen luisteren. En niet door andermans velden lopen en jou ik weet niet wat laten doen.’
‘En als ik je niet laat gaan?’
‘En als je dat niet lukt?’
En voor ik de kans kreeg iets te zeggen, draaide ze zich om en rende weg, in een seconde verdwijnend tussen de dicht op elkaar staande halmen met donkergouden zware aren, veerkrachtig schommelend, en ik zou haar nooit gevonden en ingehaald hebben als boven de donkere gouden rogge het nog waardevollere lichte goud van haar haren niet uitstak. Ze was sterk en licht, en haar welluidende gouden lach kwam niet dichterbij maar verwijderde zich, en daarna stopte ze met lachen en rende ik in het droge, snelle geritsel van de halmen met scherpe, zeldzame bladeren en prikkend harige borstels van de aren, en brede golven deinden van me weg naar de horizon, en haar haren leken een zonnige vlek die ik zelfs met mijn blik niet kon vangen en die elk ogenblik kon verdwijnen, om tien, honderd meter verder weer op te duiken, opzij, achter me, en ik haalde Katia niet gauw in. Of eigenlijk haalde ik haar niet in: in volle vaart was ik bijna over haar gestruikeld, ik kon nog net op tijd stoppen. Met een rood aangelopen gezicht en haar haren overhoop stond ze naar me toe gekeerd, alsof ze me niet zag, hijgend, haar handen hard tegen haar borst duwend. Ook ik hijgde van het lange lopen en van het stof dat hier bijzonder bijtend en scherp was en heet in mijn keel brandde en kriebelde. Na een hoestbui keek ik haar aan met het verrukte gevoel – waardoor er bijna vreugdetranen in mijn ogen sprongen – dat er op de wereld niets was en kon zijn dat me dierbaarder was en nader aan het hart lag. Ze haalde haar handen van haar borst, op een van haar handpalmen brandde een bloedrode vlek en uit haar rechtertepel druppelde rood sap, ik begreep niet meteen dat het bloed was en dat ze zich gesneden had. Vijf minuten geleden waren haar borsten nog witter dan wit geweest, en nu waren ze doorschijnend roze, bedekt met iets donkerdere, roodachtige vlekken en lijnen, ondiepe droge krassen, vooral aan de buitenkant. Een kleine druppel, die een robijnen paadje achterliet, rolde van haar tepel over de veerkrachtige bolle omtrek van haar rechterborst, bleef even hangen, amper merkbaar opzwellend, en gleed dan verder naar beneden. Toen ze mijn blik zag, liet ze haar hoofd zakken, nam de druppel weg en richtte opnieuw haar zwarte ogen naar me op.
‘Is dat bloed? Van wat?’
‘Ik heb me gesneden. Ze zijn zo scherp,’ antwoordde ze met een knik naar de ons omringende golvende roggehalmen.
‘Geef me je hand,’ zei Katia en zonder op me te wachten nam ze mijn hand en legde die tegen haar borst. ‘Knijp erin, maar zachtjes. Voel je dat?’
Haar altijd zo zachte borst was zo gespannen dat hij bijna van steen leek.
‘Heb je pijn?’ vroeg ik.
‘Ontzettend,’ antwoordde ze, terwijl ze opnieuw haar handpalmen tegen haar borst drukte. ‘Het is afgrijselijk. Een marteling. Kom gauw hier…’
Pas nu begreep ik wat de uitdrukking betekende van haar blozende gezicht: een verlangen dat ik waarschijnlijk nog nooit bij haar gezien had.
‘Snel, trek alles uit,’ zei Katia ongeduldig en ook nu weer enigszins ongewoon, alsof ze maar half bij bewustzijn was. Ze stapte op me toe, ging op haar hurken zitten en nadat ze mijn handen had weggenomen, begon ze zelf de stroeve knoop van mijn jeans los te maken, en het bloed sijpelde uit haar lichtrode tepel en druppelde op de grond terwijl ze op haar hurken zat, met haar tepels naar de grond gebogen, en ik had haar nog nooit, nog nooit zo gezien.
‘Ga liggen,’ zei Katia, terwijl ze op haar benen ging staan en me aanraakte met haar harde borst. ‘Doe alleen eerst die rugzak af,’ en voor het eerst in al die tijd glimlachte ze.
Boven me uit torenend maakte ze de mouwen van haar jurk los die rond haar middel gewikkeld waren, het riempje, ze knoopte de overige knopen los en gooide haar jurk op de grond, daarna, nadat ze haar voeten lichtjes had verzet, deed ze haar smalle slipje uit dat een deel van zijn witheid op haar huid achterliet en een goudachtige driehoek van lichtkrullend mooi haar ontblootte. Ze zette haar voeten aan weerszijden van mij. Terwijl ze zo over me heen stond, keek ze de golvende rogge nog eens rond, de donkergroene strook van het verre bos, de horizon die vagelijk blauw kleurde vlak aan de rand van de zee, waarvan ik op de bodem lag, en uiteindelijk liet ze zich naar me toe zakken.
Ik zag haar ogen niet; het gebeurde allemaal zo snel dat ik het moment miste waarop ik in haar warme, zacht veerkrachtige vocht binnendrong, ik kreeg de kans niet haar te dwingen haar ogen te openen op dat moment waarop ze ze om een of andere reden altijd sloot, een van de meest opwindende, meest vrouwelijke uitingen van haar passie voor me verbergend: de drijvende blik van haar vochtige ogen die me niet zagen gericht naar die diepten waar ook ik me naartoe haastte.
Ze deed haar ogen open: als een levende robijn groeide, vormde er zich op haar tepel, die naar mijn borst gericht was, een hete druppel die glinsterde in de zon. Zonder haar snelle en hevige bewegingen te stoppen en me aankijkend met iets naar binnen gerichte ogen – doordat ze met haar verhitte gezicht te dicht bij het mijne kwam – nam ze haar borst in haar gebogen handpalm en bracht die lichtjes drukkend tot tegen mijn droog geworden open lippen.
‘Drink,’ fluisterde Katia.