homeenglishitalianfrenchdutchrussian

Sergant Bertrand
enkele hoofdstukken uit de roman

 

 

 

De dierentuin

 

Algauw kwam Bertrand bijna elke dag langs, en soms zelfs enkele keren per dag. Stralend, robuust, en naar een of ander blijkbaar duur parfum geurend, kwam hij de woonkamer binnenvallen, liep ongegeneerd op zijn vrouw toe, kuste haar vingertjes, likte ze bijna af, en ging dan zonder haast naar zijn kamer.
     Zonder te kloppen gooide hij de deur open, wierp zich in de leunstoel en haalde een sigaret te voorschijn die hij aanstak. Eerst zat hij zwijgend, inhaleerde zwijgend, klopte zwijgend de as in de asbak af, keek om zich heen, alsof er tijdens zijn afwezigheid iets in de kamer veranderd kon zijn.
     ‘Waarom zit je toch de hele tijd in het donker?’ vroeg Bertrand soms.
     ‘Zo heb ik het graag,’ antwoordde Nikolaj dan.
     En Bertrand zweeg opnieuw, en Nikolaj had geen zin om te praten.
     Het was vooral moeilijk als Vera de kamer binnenkwam: om de asbak weg te halen, die tot de rand met sigarettenpeuken gevuld was, om de met as bestrooide tafel schoon te vegen, om te vragen, professioneel en fi jn medeleven imiterend, hoe hij zich voelde, hoe het met zijn hoofdpijn was, of hij niets nodig had, of ze geen kopje thee moest brengen, of ze de lege fles niet moest meenemen – er waren zoveel smoesjes die ze kon gebruiken om voor Bertrand te komen pronken. Ook al deed ze alsof ze hem helemaal niet opmerkte, terwijl hij in de fauteuil tegenover Nikolaj zat. En hij… Zonder de minste schroom om de aanwezigheid van Nikolaj keek Bertrand naar haar, zonder zijn blik af te wenden. Hij probeerde zelfs niet te verbergen hoe verrukt hij door haar was.
     ‘Wat een vreemde, wat een wonderlijke schoonheid!’ zei Bertrand toen Vera uiteindelijk de kamer uit ging. ‘En wat een zelden gezien perfect lichaam! En wat springen haar borsten op onder haar truitje, alsof er niet genoeg plaats is! Je bezit een schat, maar schatten hebben de gewoonte om uit je handen te glippen. Ze worden gestolen!’
     En hij lachte, blij om de misplaatste grap die dag in dag uit terug kwam, tot op de draad versleten was en met schande een grap kon worden genoemd.
     ‘Ken je die vreemde legende nog van die keizerin die voor één nacht al haar vrouwelijke bekoorlijkheden afstond in ruil voor het leven van haar minnaar, die de volgende ochtend terechtgesteld werd? Een bijna onwaarschijnlijke legende, vind je niet? Maar ze lijkt maar onwaarschijnlijk tot je op je levensweg een vrouw tegenkomt, wier schoonheid voor jou dierbaarder wordt dan de wereld, wier nabijheid, ook al is die nog zo kort, een leven waard is – met alle ontelbare vreugdes en bekoorlijkheden, alle mogelijke ontmoetingen met onmogelijk mooie vrouwen, prachtige liefdesavonturen, groots genot met andere vriendinnen – alles wat zoveel langduriger en voller is dan één gelijkaardige tragiromantische nacht… Trouwens, ze zeggen dat er bij enkele desperado’s niet veel van terechtkwam die nacht. Kwam het nu door de gedachte aan de terechtstelling die hen de volgende dag te wachten stond, of uit verdriet dat de gelukzaligheid, ook al hadden ze er zo naar verlangd en was ze waarschijnlijk oneindig scherp, slechts tot de ochtend zou duren, of durfden ze de ‘heilige bekoorlijkheid’ van de wrede schone niet aan te raken, of kwam de jongeheer gewoon niet overeind door de geheime angst van fijne naturen om niet te voldoen aan de verwachtingen van de geliefde, die haar beentjes gespreid had… Wat valt er te zeggen, de redenen waren uiteenlopend.
     ‘Weet je, zonder overdrijven: voor een vrouw als de jouwe zou ik veel over hebben.’ Bertrand likkebaardde; zijn lippen waren altijd vochtig. ‘Maar mijn leven voor haar geven, daar waag ik me toch niet aan…’
     Hij lachte lang en uit volle borst.
     ‘Het leven, dat is een ongeloofl ijk langdurige, bijna eindeloze tijdspanne. En dat inruilen voor maar één nacht… En is die wel zo heet als in je dromen, dat is nog maar de vraag. Laat ons zeggen: een half leven, dat zou ik geven, bijna zonder afbieden. Vreemd zelfs, waarom heb jij zoveel geluk? Anderen durven zelfs niet te dromen van zulke vrouwen, en jij bezit haar, ze is helemaal van jou, ze ligt in je bed. Je vrouw. Ze behoort je toe. Ben je een geluksvogel of zo? Een boffer? Trouwens, heb jij geluk in het spel? Ze zeggen toch dat wie ongeluk heeft in het spel, geluk heeft in de liefde. En omgekeerd.’
     Nikolaj stak een sigaret op en begon de donkere kamer rond te lopen. Op die momenten maakte Bertrand hem gewoon razend. Om weer tot rust te komen schonk hij zichzelf wodka in en dronk die langzaam, met kleine slokjes op. Hij liet de drank tussen zijn opeengeklemde tanden lopen, alleen hielp de wodka niet altijd. Alles hing ervan af hoeveel hij al op had vóór Bertrand kwam.
     Maar Sergeant slaagde er niet in tot rust te komen en bleef tegen Nikolaj praten terwijl hij hem lui en spottend aankeek en door de korte en smalle kamer van het raam naar het bed liep. Hoeveel stappen waren het? Als je in één keer de kamer door liep, waren het er vijf in de lengte, vijf stappen. In de lengte was het kamertje niet groter dan vijf meter. Als Bertrand een hele avond aanwezig was, waren het waarschijnlijk vele, vele kilometers. Waarom duld ik hem eigenlijk? Ooit ging hij met zijn zoon naar de dierentuin, waar een wolf in een bespottelijk klein kooitje rondliep. Twee massieve muren, de derde met een opening, zogezegd de ingang naar een hol, de natuurlijke leefruimte van de wolf, en een bruin (weer in natuurkleur) traliehek dat de leefruimte afsloot. Daar
liep hij steeds weer naartoe. Daarna leidden zijn gehaaste stappen naar de muur ertegenover, waar de ingang zat naar het fi ctieve hol – en zo voort en zo verder, van hier naar ginder, naar de tralies, naar de muur, naar de tralies, naar de muur. Het was alsof hij oefende in lopen, zich voorbereidde op een wedloop, een wolvenmarathon, niet in staat te begrijpen dat alles voorbij was, dat hij geen leven meer had en nooit meer zou hebben. En dat alles wat hem restte deze kooi was, en daarachter nieuwsgierige bezoekers zoals deze jongeman met een litteken over zijn hele voorhoofd, en naast hem nog een piepjong ventje met kinderlijke, heldere ogen, dat met angst en verrukking naar de verschrikkelijke, grijze, wilde wolf met grote tanden tuurde. Achter de muur, in de kooi ernaast, leefde een nog meelijwekkender wezen. Het was één of andere domme wasbeer die de hele tijd op zijn achterpootjes stond en vliegensvlug, zonder ophouden, met zijn voorpoten over de dikke staven van het stalen traliehek wreef. Op die plaatsen blonken de staven niet alleen met hun blote staal, maar waren ze merkelijk dunner dan op andere plaatsen. Dom wezen, naïeve hoop om het lot te slim af te zijn, om uiteindelijk het stalen traliehek door te slijten, de gastvrije dierentuin te verlaten, ongemerkt weg te lopen, het diepst van de bossen in… Welk diepst, welke bossen, als deze wasbeer niet meer kon dan bij het traliehek staan en met zijn voorpoten over de staven wrijven, en ook nog zijn rantsoen, samengesteld door de zoölogen en lichter gemaakt door de verzorgers, opvreten uit de voederbak?! Of hebben de vrienden van de natuur hem misschien gevangen, en hem onopzettelijk van zijn geliefde gescheiden?
     ‘Weet je wat belangrijk is voor een echte vrouw?’ ging Bertrand ondertussen verder. ‘Voor zo’n vrouw als de jouwe, bijvoorbeeld? Bijzondere waardigheden, schoon heid, elegantie, grootse gedachten, talent, toewijding, tederheid misschien? Wees toch geen naïeve stommeling… Kracht, natuurlijk!’ Bertrand balde zijn vuist, ‘Kracht. Een vrouw voelt graag kracht. Zoals wij in de eerste plaats van een vrouw willen dat ze mooi is, zo wil een echte vrouw van een man dat hij sterk is. Vooral dan in de broek, natuurlijk… Er zijn er voor wie die kracht meer waard is dan de hele wereld!
     Bertrand glimlachte lange tijd, alsof hij betwijfelde of hij zijn volgende gedachte hardop mocht uitspreken.
     ‘Weet je wat ik met haar zou doen als ze van mij was? Ik zou haar beentjes strelen als ze van mij zou zijn, ik zou ze strelen en erin bijten... Heel stilletjes, helemaal niet hard, maar teder, zacht. Als je dat met kennis van zaken doet, kan één enkele liefkozing een gevoelige vrouw ertoe brengen dat ze gaat schreeuwen, dat ze flauwvalt, dat…’
     ‘Waag het niet om over haar te praten!’ Nikolaj bleef bij zijn leunstoel stilstaan en haalde dreigend uit. Zijn haat voor deze man was soms zo groot dat hij ervan duizelde.
Hij struikelde. Hij viel smadelijk op de grond, waarbij hij de stoel en de tafel over zich heen liet vallen. Als de asbak leeg was geweest en er op de tafel geen fl essen hadden gestaan, dan zou er niks ergs gebeurd zijn.
     ‘Je bent dronken en je zenuwen zijn totaal verzwakt. En bovendien, ik bedoel er niets slechts mee. Als je op dit ogenblik in staat was om ook maar een beetje je gezond verstand te gebruiken, dan zou je begrijpen dat ik je vrouw geheel platonisch aanbid. Haar schoonheid brengt me in verrukking, zoals elke man met een beetje ontwikkeling, meer niet, dus kalmeer nu maar.’
     ‘Ik ben al kalm,’ zei Nikolaj terwijl hij met moeite opstond.
Hij begon opnieuw de kamer op en neer te lopen, regelde zijn stappen naar het kloppen van zijn bloed, dat gelijkmatig en zwaar in zijn slapen bonsde. Hij had een erg langzame polsslag, vooral wanneer hij erg dronken was. Of leek dat maar zo?
     Toen Bertrands sigaret op was, drukte hij ze lange tijd uit in de asbak, waarna hij zijn gouden aansteker aanknipte en een nieuwe opstak. Hij inhaleerde zelden, bijna nooit, maar had graag dat er voortdurend een sigaret tussen zijn vingers rookte.

 

vorig hoofdstuk | volgend hoofdstuk

 



over de auteur | pers | hoofdstukken uit «Sergeant Bertrand» | hoofdstukken uit «Aarde zonder water» | photoblog | blog | contact


 

tag cloud:

scrittore russo, autore russo, letteratura russa contemporanea,
lo scrittore russo contemporaneo Aleksandr Skorobogatov
,
l’autore russo contemporaneo Aleksandr Skorobogatov, grande romanzo russo,
recensioni del romanzo Vera dello scrittore russo contemporaneo Aleksandr Skorobogatov
,
écrivain russe, auteur russe, littérature contemporaine russe, recensions des livres d’Alexandre Skorobogatov,
grand roman russe, auteur russe contemporain, écrivain russe contemporain,
recensions du roman Véra de l’écrivain russe contemporain Alexandre Skorobogatov

Copyright © alle vertalingen naar het Nederlands, Engels en Frans door Vertaalbureau RM Vermeulen

Copyright © Aleksandr Skorobogatov — All Rights Reserved