5
17.06
Vanochtend werd ik vreemd genoeg met een wonderlijk goed gevoel wakker. Ik had slechts een lichte hoofdpijn en een vaag misselijk gevoel, in zekere zin was het zelfs heerlijk. Toen ik gisteren op bed neerviel had ik mijn kleren niet uitgedaan, ik had zelfs mijn schoenen niet uitgetrokken. Ik deed de ramen open (in mijn kamer waren er maar liefst drie) en begaf me naar de badkamer: asgrijs-blauw marmer, zwart graniet, goudkleurig koper, zilverkleurig nikkel, een spiegel die me in mijn volle lengte liet zien. Met een blik naar mezelf in de spiegel kleedde ik me uit. Wat is het toch aangenaam om na een dronken nacht onder de krachtige stralen van een hete douche te staan!
Rechtop staand in bad, afgeschermd van de rest van de wereld door het douchegordijn, dacht ik terug aan de gebeurtenissen van de vorige dag. Ik moet wel opmerken dat ze me verbaasden. Of juister gezegd: mijn gedrag van gisteren verbaasde me vandaag. Waar kwamen die frivole gevoelens vandaan? Waar kwam die erotische opwinding vandaan? En waarom dat verdriet dat was uitgelopen op een buitensporige dronkenschap?!
Ik ben vijfendertig en heb verschrikkelijk veel gezien in mijn leven. Ik ben getrouwd geweest, meer dan eens overigens, en van mijn echtgenotes of vriendinnen, die de status van echtgenote nooit hebben verworven, heb ik niets (of bijna niets) goeds gezien. De meest ontroerende en oprechte romances waren op ontgoocheling en pijn uitgedraaid. Bovendien ben ik, zoals bekend, op dit ogenblik ook getrouwd. Al bijna zeven jaar. Ik zou het zelfs zo durven uitdrukken: ik ben gelukkig getrouwd... Mijn vrouw houdt van me. We hebben nog geen kinderen, maar mijn vrouw gaat naar dokters, de dokters beloven dat ze beslist zal genezen, dus mijn vrouw heeft hoop en ik samen met haar. Met de komst van kinderen zal ons huwelijk helemaal een modelhuwelijk worden. Bovendien houdt mijn vrouw van me, ze is me trouw. En trouw is zoals bekend de meest waardevolle en zeldzame deugd van de talrijke deugden van een vrouw. Terugdenkend aan mijn toestand van de vorige dag kwam het erop neer dat ik bereid was geweest het vertrouwen van mijn vrouw te schenden en mijn huwelijk op het spel te zetten vanwege een allerbanaalste kennismaking met een toevallig meisje op een toevallig bankje in een toevallig park! Ik was verbaasd, om niet te zeggen verbouwereerd, om mijn lichtzinnigheid van de vorige dag.
Nadat ik een douche had genomen en me had aangekleed het schone, frisse hemd raakte bijzonder aangenaam mijn huid aan nam ik snel mijn ontbijt beneden en ging naar buiten. De eerste zonnige dag in Moskou. Ik ademde diep in om zoveel mogelijk walgelijke Moskouse rokerige lucht in mijn longen op te nemen en begaf me naar de wagen die me op de parkeerplaats van het hotel stond op te wachten. De chauffeur knikte me slechtgeluimd toe, mompelde iets volkomen onverstaanbaars en de wagen reed weg. Ik ben bang dat hij lang op me heeft moeten wachten.
** ** **
We namen de contracten vrij snel door, noteerden opmerkingen, bespraken de details. Het werk was na twintig minuten klaar, waarna we opnieuw elk in onze wagen stapten en ergens heen werden gebracht. Het officiële gedeelte was achter de rug, nu stond ons het officieuze gedeelte te wachten.
Na zowat een kwartier reden we de stad uit en kwamen algauw bij een zwarte gietijzeren poort aan. De poort schokte, begon geruisloos opzij te schuiven, ging helemaal open en we reden een laan in die naar een huis leidde.
De kwieke jongeman die ons ontving in de vestibule, met een onberispelijk kostuum aan en een walkietalkie in de hand, bracht ons de meest oprechte groeten over van B., de heer van dit huis of kasteel: "wegens omstandigheden die niet van hem afhingen" kon hij ons niet zelf ontvangen.
Zoals ik later vernam, had men was het nu gisteren of vanochtend gebeurd op deze beroemde en sprookjesachtig rijke man de zoveelste aanslag gepleegd. Op een van de lijfwachten na was niemand gewond, maar de zoveelste jonge mooie vrouw van onze gastheer had een hevige aanval van hysterie gekregen toen de kop van het hondje dat op haar knieën zat, een pekinees met een weerzinwekkende, platgeslagen Chinese smoel, er door de kogels was afgeslagen.
Het huis zag er bijna onvoorstelbaar mooi en rijkelijk uit. Iemand vertelde me dat sommige kamers waren ingericht met meubilair uit de bewaarplaatsen van de Hermitage.
In de banketzaal zaten meisjes op ons te wachten.
De kwieke jongeman stelde de meisjes aan ons voor, obers in smoking liepen door de zaal en boden champagne aan. Ik kon slechts verbaasd toekijken hoe snel die bejaarde, allemaal even zware heren met dikke pensen, aanzienlijke vaders van aanzienlijke gezinnen, kennis hadden gemaakt met de meisjes die aan hen waren voorgesteld. Het laatste meisje, waar om een of andere reden niemand beslag op had gelegd, kwam zelf op me toegelopen. Haar eerste vraag luidde: "Vindt u het goed dat ik op uw knieën kom zitten?"
Ze leek nog erg jong, zo te zien was ze een jaar of zestien, zeventien.
Na een minuut of tien waren we alleen in de zaal overgebleven, de anderen waren per twee naar afzonderlijke kamers afgezakt. Ik was buiten mezelf van woede: als ik van tevoren had geweten waar dit uitstapje op zou uitdraaien, was ik na de besprekingen onmiddellijk naar het hotel gereden.
"Luister," onderbrak ik het meisje midden in haar verhaal. "Vindt u het niet erg als we hier blijven?"
Haar ogen werden groot als schoteltjes.
"Wilt u het hier doen?" vroeg ze verbaasd.
"Ja," zei ik, op mijn beurt haar vraag niet begrijpend.
"Maar... Er kan hier toch iemand binnenkomen... De obers gaan toch afruimen."
"U hebt me verkeerd begrepen," antwoordde ik, nauwelijks in staat mijn ergernis te onderdrukken. "Ik stel voor om gewoon hier te blijven. Ik ben getrouwd. En vergeeft u me."
"Aah," zei het meisje lijzig. Het was alsof er verdriet in haar ogen weerspiegelde. "Het geeft niet, het geeft niet... Alleen zijn zij allemaal" ze zwaaide met haar hand in de richting van de deur "waarschijnlijk ook getrouwd..."
Ik haalde de schouders op.
"Hoezo, vindt u me dan echt helemaal niet leuk?"
Ze glimlachte, maar haar lippen vertrokken lichtjes, zoals bij sommige mensen wanneer ze erg beledigd zijn.
"Ik vind u wel leuk."
"Waarom wilt u dan niet...?"
Ik zuchtte en probeerde mijn ergernis te verbergen.
"Ik snap het al, u bent getrouwd. Luister, probeert u me ook te begrijpen. Ik wil u iets vragen: laten we hier toch maar weggaan..."
Haar toon verbaasde me erg: ze smeekte.
"Waarom?"
Ik was in de war.
"Begrijp me niet verkeerd," zei ze. "Maar als we hier blijven en ze zien dat... Begrijpt u dat dan niet?!"
"Wat moet ik begrijpen?"
"Hemel," zuchtte ze en sloeg haar ogen op naar het plafond. "Ik kan mijn werk verliezen."
"En daar?" vroeg ik.
"Daar doen we de deur dicht en niemand komt iets te weten. Alstublieft, ik smeek u. Laten we naar boven gaan. Alsjeblieft. Ik zal u niet verkrachten."
"Beloofd?"
Ze schoot in de lach.
"Op mijn erewoord."
Ik stond op.
"Boven staat champagne," zei het meisje toen ze zag dat ik mijn hand uitstak naar mijn glas dat op een tafeltje voor mijn fauteuil stond. "Dank u."
"U wordt bedankt," antwoordde ik.
** ** **
We hadden een vrij beminnelijk gesprek. Op fluistertoon. Hoewel de muziek in de kamer vrij luid speelde. Ze heette Anna, dit jaar was ze van school af en ze was op de kop af zeventien. Toen ze dat getal noemde, dat ik bijna geraden had, kromp mijn hart van droefheid ineen. Natuurlijk, iedereen maakt keuzes naar zijn eigen smaak en volgens zijn eigen aspiraties ik was ervan overtuigd dat niemand haar dwong om te doen wat ze deed maar dit meisje was toch al te jong.
Ze werkte al anderhalf jaar. In het begin telde ze de weken, daarna de maanden. Na een jaar had ze haar schoolvriendinnen uitgenodigd in een duur restaurant. In de winter had ze haar moeder een bontjas cadeau gedaan.
Ze leek een heel rein, volkomen onschuldig meisje; juist hierdoor waarschijnlijk behalve dat ze zonder twijfel mooi was sloeg ze aan.
Ik vroeg of ze een vriend had. Ze antwoordde dat ze sinds de zomer iemand had en daarna zweeg ze plots, wendde haar ogen af en begon met kleine slokjes champagne te drinken uit het hoge, fijne glas. Vanaf de bodem liep een straaltje microscopisch kleine gouden luchtbelletjes lichtjes kronkelend naar boven.
** ** **
We gingen als een van de laatste stellen naar beneden. Er werd naar me geknipoogd. Mijn zogenaamde collega's had ik al vanaf de eerste dag gehaat, maar nu was ik bereid om een fles op hun stompzinnige smoelen stuk te slaan. Ik had Anna beloofd haar niet te verraden, waardoor ze me als "een van hen" gingen zien. Ik had zo'n gevoel van walging dat ik er niet aan twijfelde dat ik me in het hotel opnieuw zou bedrinken.
Wat inderdaad het geval bleek te zijn. |