Cocaïne van Aleksandr Skorobogatov in De Standaard Der Letteren: BRILJANT OUWEHOEREN ****

Is dit een roman of een grap? Cocaïne van Aleksandr Skorobogatov heeft iets van allebei. Maar het is vast en zeker een rollercoaster. MARIA VLAAR

Als dit een grap was, wie maakte ze dan? Deze zin in Cocaïne, de derde roman van de naar Vlaanderen geëmigreerde Rus Aleksandr Skorobogatov, gaat over een stofzuigerverkoper, een romanfiguur bij uitstek. Maar hij geldt net zo goed voor de hele roman, die één grote grap is met, zoals het een goede grap betaamt, scherpe randjes en bittere tonen. Zwart absurdisme, zoals dat in de Russische literatuur is geperfectioneerd.
Wie is de hoofdpersoon in de roman? Ach, wat een slechte, suffe vraag! Er is een man, die zichzelf schrijverhumanist noemt, in Moskou woont, in de steek gelaten is door zijn jeugdliefde, verlaten door zijn echtgenote voor een militair in uniform, en misschien vader is van een jongen of een meisje. Geregeld slaat hij het hoofd in van iemand die daarna toch weer ongehavend opduikt, of ziet dat voor zijn ogen gebeuren, en daarvoor mag hij de Nobelprijs voor de Vrede komen ophalen in Stockholm. Kortom, hij verzint alles bij elkaar en tegelijk weer niet, want de wereld is nou eenmaal slecht en onbegrijpelijk. Toch kan de lezer, als hij gevoelig is voor Russische humor, vreselijk met hem lachen. Soms is hij scherp en vilein, soms melig, seksistisch en vol zelfmedelijden. Hoe uitvergroot deze slapstickfiguur dus is, tegelijk zien we alle eigenschappen in hem woelen die een echt mens om lief te hebben heeft.

Gehaktmolen

Skorobogatov trekt alle registers open in Cocaïne, waarin hij afwisselend briljant formuleert en oeverloos ouwehoert. Zodra de lezer denkt een verhaallijn te vinden verschijnt of verdwijnt een personage zodat er toch weer weinig touw aan vast te knopen is. De hoofdpersoon – daar heb je hem weer – zuipt zich iedere dag klem, en hoewel van drugs in het hele boek geen sprake is, doet de rollercoaster aan hallucinaties denken aan een cocaïneroes. Op brute wijze uit hun context gerukte flarden Dostojevski en Gogol wisselen af met beelden uit horrorfilms en vampierverhalen. Dronkenschap, moord, vechtpartijen, incest: Skorobogatov gaat ver. Bij de scène waarin een man door een gehaktmolen tot worstjes wordt gedraaid die vervolgens worden verorberd moet je maar niet net hebben ontbeten. Gelukkig hoeven we niets serieus te nemen; dat blijkt wel uit de scène waarin een mooie Zweedse vrouw toegeeft dat ze diep in zichzelf geen vrouw is, maar een stoel.

Kindertjes maken

Ondanks alle grappen, ondanks het virtuoze spel met de ‘ik’ die zomaar een ‘hij’ en een ‘jij’ kan worden, het razendsnelle wisselen van hoog naar laag register en de geslaagde satire op het Nobelprijscircus en het leven van de ‘beroemde schrijver’, zou er meer op het spel mogen staan.
In de roman zien we een uitgever aan het werk, die ditzelfde boek terwijl het ontstaat redigeert: in feite gooit hij alle losse eindjes eruit, tot er nagenoeg niets overblijft. Alleen het terugkerende verhaaltje over een lief koppeltje konijnen – die ook wasberen of cavia’s kunnen zijn – blijft wat hem betreft overeind. Ze kletsen in hun hol over kindertjes maken terwijl er een genadeloze overstroming komt: daar zit dramatiek in, prijst de uitgever.
Het drama in Cocaïne broeit wel degelijk: de onmogelijkheid je ergens thuis te voelen, te weten wat de regels en hoe de gewoontes zijn. Hoe te leven? Voor een ‘reiziger’, een eufemisme voor emigrant, is er minder houvast te vinden in de stroom van hallucinaties die de werkelijkheid pretendeert te zijn. En dat is de beste ervaring van het lezen van deze soms geniale en soms flauwe roman: wat gebeurt er met je als alle grond onder je voeten wordt weggeslagen, als je je familie en geliefden kwijtraakt, als het konijnenhol met een grote golf wordt overspoeld. Als alles op zijn kop staat, kan incest dan ook liefde zijn? Kan een dode weer leven? Kan de pijn van het leven ophouden als je een ander wordt? Kan een boek al gelezen zijn terwijl de schrijver aan het schrijven is? Waarom niet?

———————
Aleksandr Skorobogatov
is te gast op Bru.Taal in ‘De 7
hoofdzonden’ op 12 mei om 20
u. in de Stadsschouwburg. Op
13 mei om 15 u. gaat hij in
gesprek met Peter Vermeersch
over zijn werk (Tolhuis) en
om 16.30 u. licht hij zijn subversieve
tekst toe (Poortersloge).