Cocaïne in TZUM & Literatuurplein: COCAÏNE VAN ALEKSANDR SKOROBOGATOV

Door Guus Bauer

De schrijver is de god van zijn creatie. En al zeker in de hallucinerende nieuwe roman Cocaïne van de in Antwerpen levende Wit-Rus Aleksandr Skorobogatov (1963). Gij zult niet opsommen, het liefst geen dromen gebruiken, de lezer niet of in elk geval zeer spaarzaam direct aanspreken. Skorobogatov gooit alles overboord. En terecht, de literatuur is waarachtig vrij. Regels zijn niet van belang.

De schrijver moet op zoek naar zijn diepste krochten en deze zonder mededogen voor zichzelf en zijn directe omgeving laten zien. Skorobogatov beschrijft met een groot Russisch gebaar onmenselijke pijn. Maakt er een absurdistisch en burlesk theater van. Het (liefdes)verhaal doet er in deze roman eigenlijk niet veel toe. Het is de beschrijving van de zoektocht van de schrijver, van het proberen te ordenen van de chaos.

Dit is een roman die consequent is in het onconventionele, een experiment tot het uiterste doorgevoerd, een roman waarvoor je je moet durven openstellen. Het is een viering van de verbeelding. De verbeelding die een loopje neemt met de lezer en met de schrijver, die, ook al is hij god, toch machteloos staat ten opzichte van zijn eigen fantasie. Van de dwingelandij van de vorm van de vertelling. De personages, waaronder in meerdere hoedanigheden de auteur, leven op de bladzijden, tegelijkertijd lees je over hen, tracht de schrijver, dat wil zeggen het personage, de vertelling te beïnvloeden. Tevergeefs uiteraard. Je zou kunnen zeggen dat de personages meelezen en meebeslissen.

Skorobogatov schotelt mogelijkheden voor, de ‘oplossing’, de inlossing is pluriform, is wrang humoristisch als het leven zelf. Het Droste-effect in optima forma. Cocaïne kun je geen raamvertelling meer noemen. Het is een huis van woorden met vele vensters. Het geeft niet minder dan inkijk in de ziel van het ‘verhalen vertellen’, in de ziel van de literatuur. Het zet reguliere leesconsumptie op losse schroeven, en toch voel je vanaf pagina één, nu ja, zeven, een sterke verbondenheid met het hoofdpersonage. Skorobogatov is begenadigde zinsbouwer, zoals zeker ook bleek uit het adembenemende Portret van een onbekend meisje. De zelfspot van de personages, van het auteurpersonage in Cocaïne in het bijzonder, is snijdend.

Gebruik een droom, jaag een lezer in de boom. Skorobogatov koppelt droom aan droom, maakt de (waan)beelden daadwerkelijk wáár. Hij zorgt voor strohalmen. Voor sommigen misschien lastig vast te grijpen, maar ze zijn er. Fier, stevig, verdekt en glashelder tegelijk. De scène waarin een man een sigaret opsteekt, de betovering van een jong meisje voor de stelligheid van de man, lees volwassenheid. Dat zijn sterk sprekende details, getuigend van een bijzonder observatiegave.

De auteur in Cocaïne is voorgedragen voor een zekere prijs in Stockholm. Elke internationaal opererende auteur liegt wanneer hij of zij ontkent dat dat de ultieme droom is. Skorobogatov maakt het op hilarische, brute, vlees rond spetterende manier waar. Het doet even denken aan de omstreden Nobelprijswinnaar Michail Sjolochov die in 1965 op het hoogtepunt van de Koude Oorlog de prijs mocht afhalen.

Geef Aleksandr Skorobogatov die prijs, laat het absurdisme zegevieren. Het zou een prachtig spiegelgevecht zijn. Hij heeft dertig jaar aan deze roman gewerkt. Als debuut is het in zijn geboorteland geweigerd. In het Westen is hem dienaangaande geen strobreed in de weg gelegd. Al is er wel wat literaire discussie geweest. Cocaïne moet voor Skorobogatov voelen als de ultieme literaire vrijheidsdaad, als het kunnen scheppen van een mantra. De twijfel als grootste motor van de creativiteit, helemaal uitgebeend. In die zin gaat dit boek vele malen verder dan het zogenaamde totaaltheater van Karl Ove Knausgård.

Skorobogatov laat tegenstrijdigheden toe, buit ze uit, niet alleen voor het komische, het vervreemdende element. Deze roman geeft een oprecht inkijkje in het innerlijke leven van de schrijver. Sommigen kunnen, ook wat betreft de vorm, moeite hebben met dit ‘experiment’, maar laat het alstublieft toe en de rechtgeaarde, de rechtvaardige lezer zal beloond worden. In de literatuur is geen plaats voor toeval, of juist alle plaats. Dat komt op hetzelfde neer. De schrijver als verpleger van de samenleving. Skorobogatov is zo’n geweten. In elk geval in zijn werk. Cocaïne is in letterlijke en figuurlijke zin een prachtig gemaskerd bal.

“Beste schrijvers, lezers zijn een onbetrouwbaar volk, wreed en onvoorspelbaar. Ofwel lenen ze geld van je en betalen het niet terug, ofwel gaan ze met je vrouw aan de haal en geven haar niet terug, of ze gaan je doodgewoon met hun vuisten te lijf. Wat er ook van zij, schrijvers zijn zelf ook nogal gewiekst. Ze gaan met vrouwen aan de haal, pakken geld af, en slaan je met hun vuisten. Allemaal uitschot.”

Guus Bauer, TZUM & Literatuurplein